Art. 18 RWM


  

Vaak wordt van antieke vuurwapens gezegd: "Ze zijn voor de Nederlandse wet onklaar en van voor 1870, dus vallen onder art. 18 RWM". Daarmee wordt dan bedoeld dat je ze mag bezitten zonder een verlof voor het bezit (voor handen hebben) ervan.

Veel antieke wapens zijn natuurlijk van voor 1870, maar de RWM spreekt in die zin niet over "onklaar". Sterker nog, voor een verzamelaar is een daadwerkelijk onklaar gemaakt wapen, in die zin dat het mechanisch onomkeerbaar vernield is, in de meeste gevallen als verzamelobject van geen enkele waarde.

De RWM spreekt wel over onklaar gemaakte (in andere bewoordingen) moderne wapens waarvoor een verlof tot het voorhanden hebben ervan nodig is. Als het onklaar maken van een modern wapen volgens bepaalde eisen is gebeurd, zoals onomkeerbaar en door een erkend wapensmit, mag men een dergelijk wapen vrij bezitten.

Het jaar 1870 wordt wel genoemd in art. 18 lid 1b, maar verderop in art. 18 lid 2 wordt het jaar 1945 genoemd. Hoe zit dat?

Art. 18 RWM beslaat samen met art. 18a een hele pagina vol juridisch jargon met mitsen, maren en verwijzingen, maar dit is wat er wordt bedoeld:

Alle vuurwapens die onder dit artikel vallen mogen gewoon werkend zijn, zolang ze voor 1 januari 1945 gemaakt zijn en geen centraalvuurpatronen in welk kaliber dan ook, of randvuurpatronen van het kaliber .22 met patroonlengte groter dan 18 mm. (Long en Long Rifle) verschieten. Als een vuurwapen gemaakt is voor 1 januari 1870 mag het ook centraalvuurpatronen en randvuurpatronen van het kaliber .22 met patroonlengte van meer dan 18 mm. (L en LR) kunnen verschieten.

Deze regels zijn met de geschiedenisboeken in de hand opgesteld, want voor 1870 waren er nog nauwelijks centraalvuurpatronen, laat staan wapens om ermee te schieten, op een experimenteel exemplaar na. Randvuurpatronen en de bijbehorende wapens werden wel al ontwikkeld voor 1870, maar in kalibers die we nu niet meer tegenkomen. Het kaliber .22 (L en LR) is van later, maar wel van voor 1945 en wordt nog steeds gebruikt... Vandaar. In feite heeft het jaartal 1870 dus niets te maken met 99,9% van alle vrijgestelde vuurwapens die we kennen. Het gaat om het jaartal 1945 en het kaliber... 

Toen de centraalvuurpatroon eenmaal was ontwikkeld verdrong die na (ruwweg) 1873 snel alle andere typen patronen, dus een wapen met bijvoorbeeld kaliber .41 randvuur of 11 mm penvuur, gemaakt in 1940 zal niet snel te vinden zijn en daarom vrij te bezitten.

Ook vrij te bezitten zijn dus wapens die vaak in de overgangsjaren 1870-1880 gemaakt zijn en nog wel kalibers van bijvoorbeeld .41 randvuur of 11 mm penvuur verschoten. Een leuk voorbeeld van een pistool in .41 RF dat zelfs tot ver in de 20e eeuw werd gemaakt is de Remington Elliot Double Deringer. Vrij te bezitten omdat de productie in 1945 al was gestaakt. 

De Nederlandse wet zou niet Nederlands zijn als het toch niet nog een beetje ingewikkeld werd. Voor centraalvuur geweren en pistolen van voor 1945 is geen verlof nodig indien de er voor bestemde munitie nog zwartkruitmunitie is. Pistolen in deze categorie zijn uiterst zeldzaam, maar geweren zoals de "lever action" Winchesters zijn interessante en vrij te bezitten verzamelobjecten, ware het niet dat de Nederlandse wetgever het nog wat extra ingewikkeld maakt door te stellen dat de verschillende fabrikanten in verschillende jaren (omstreeks 1896 tot 1900) zijn overgestapt naar rookloos kruit. Serienummers en jaartallen zijn te vinden op internet en het is raadzaam die te raadplegen, want ook al is bijvoorbeeld de Winchester 1873 uitsluitend gemaakt voor zwartkruitpatronen tot in de 20e eeuw, gelooft de wetgever daar niets van en is een Model 1873 van 1910 dus verlofplichtig.     

Sommige verzamelaars verkeren in de gelukkige omstandigheid een "cased revolver/pistol with all accoutrements" te bezitten, waaronder een blikje percussiekapjes. Dat die 150 jaar oude percussiekapjes nog werken is vrijwel uitgesloten, maar over het wel of niet mogen bezitten ervan bestaat soms onduidelijkheid. Niet in art. 18 RWM, maar elders in de wetgeving (Art. 3.2 WWM jo. Art. 1.2.4 CWM) staat letterlijk dat percussiekapjes vrij te bezitten zijn. Niet vrij te bezitten zijn o.a. zwartkruit (en natuurlijk nitrocellulose kruit), herlaadbare hulzen en slaghoedjes.

Tot zover een hopelijk duidelijke samenvatting van de wapenwetgeving voorzover van belang voor geïnteresseerden in en verzamelaars van antieke vuurwapens.  

Alles in schema:

     


 

Certificaten van Vrijstelling

 

Sommige antiquairs en handelaren in antieke wapens bieden een zogenaamd "Certificaat van Vrijstelling" aan bij een vrijgesteld wapen. Net zoiets dus als een autohandelaar die bij een auto een papiertje aanbiedt met daarop de garantie dat het om een auto gaat.

Als er voor dat "certificaat" betaald moet worden is dat een goede reden van de koop af te zien. Nederland kent geen "certificaten" van vrijstelling, echtheid of iets dergelijks en deze papiertjes zijn dus van geen enkele, laat staan wettige, waarde. Hetgeen vermeld staat op zo'n papiertje (met vaak een mooi, gewichtig vormgegeven briefhoofd) is in het beste geval een mening van de verkoper over de vraag of het wapen is vrijgesteld en wat feitjes die het wapen beschrijven, zoals serienummer, materiaal van de kolf of grip etc. 

 


 

Voorbeeld van een antieke revolver, bijgeschreven op een verlof.

 

Een in bijzonder goede staat verkerende Colt Navy 1851 Brevete, geproduceerd onder licentie in Luik, België, 1862.

 

Samuel Colt heeft vooral in het begin geprobeerd de productie van zijn revolvers uit te breiden door buitenlandse fabrieken zijn ontwerpen in licentie te laten fabriceren. Dat werd geen succes vanwege de meestal mindere kwaliteit vergeleken met de Colts uit de V.S.  Alleen in Luik werd de juiste kwaliteit bereikt en werden de zogenaamde Colt Brevetes geproduceerd. Volledig naar het ontwerp van Colt gemaakte revolvers die aan dezelfde kwaliteitseisen voldeden.

Hieronder een voorbeeld* van zo'n verzamelwaardige Colt Brevete in actie. Het betreft een authentieke Colt Navy 1851 Brevete, geproduceerd in 1862. Als verzamelwapen vrij te bezitten, maar omdat deze eigenaar er daadwerkelijk mee schiet, bijschreven op diens verlof. 

 

 

* Foto's ter beschikking gesteld door HASV (Haagse Ambtenaren Schiet Vereniging, hasv.nl)